banner
   
Home Bruinkopslingeraap - Ateles fusciceps robustus Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Bruinkopslingeraap Dierenpark Emmen 2009 Bruinkopslingeraap Dierenpark Emmen 2009
De bruinkopslingeraap doet zijn naam eer aan door van tak naar tak en van boom tot boom te springen om zo grote afstanden te overbruggen.
Het is ook een echte boombewoner, die zelden of nooit op de grond komt.

Ze hebben een extreem lange grijpstaart
en lange ledematen.

Vandaar dat de staart wordt gebruikt
als vijfde arm zodat ze grip hebben in
de bomen.

De schedel is zo gestructureerd dat ze ogen hebben die naar voren staan wat hen in staat stelt om zeer precies afstanden te schatten als ze van boom naar boom slingeren.

Bruinkopslingerapen hebben geen duim,
die helpt bij de kracht van de grip bij het klimmen
.

Bruinkopslingeraap Dierenpark Emmen 2009
Uitsluitend het vrouwtje zorgt voor het jong. Deze wordt ongeveer 4 maanden door de moeder op de buik gedragen.
 

Centraal- en
Zuid-amerika

1 x per 2-3 jaar
1 jong een enkele keer een tweeling

   
Leefomgeving Draagtijd
   

Regenwouden

7,5 maanden

   
Voedsel Leeftijd
   

vruchten, bladeren, boombast, jonge twijgjes en honing

25 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

40-60 cm.
staart 70-85 cm.
7-9 kg.

De oudere ♂ zijn echt de bescher-mers van de groep.

  Het jong klemt zich hierbij stevig vast in de vacht van de moeder en slaat zijn staart stevig om de staartbasis van de moeder heen. Als het jong groter en zwaarder wordt, draagt de moeder het op de rug.