banner
   
Home Wandelend blad - Phyllium siccifolium Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Wandelend blad Artis 2009 Wandelende bladeren hebben vleugels maar alleen het mannetjes kan vliegen.

Wandelende takken zijn traag, dit komt door het voedsel wat zij eten.

De vertering van de boombladeren kost veel energie door het ontgiften van de stoffen die bomen nu juist opslaan tegen insectenvraat.

Lichaam, poten en voorvleugels van deze insecten is sterk afgeplat.

De voortplanting is bijzonder;
er komen in de natuur wel mannetjes voor maar deze zijn niet benodigd bij het kweken van dieren in gevangenschap.
De vrouwtjes krijgen dan onbevruchte eitjes die echter wel uitkomen en allemaal vrouwelijk zijn, dit wordt maagdelijke voortplanting genoemd.
Nadeel is echter dat het nageslacht zwakker ter wereld komt waardoor de sterfte groter is.

Alle exemplaren die door middel van parthogenese worden geboren zijn vrouwtjes, maar dat is niet altijd te zien.
Bij deze soort komt namelijk ook gynandromorfisme voor;
het verschijnsel dat een exemplaar vele mannelijke kenmerken bezit, maar toch vrouwelijk is.

Zowel 'nep'-mannetjes als echte zijn smaller en kleiner dan vrouwtjes en worden niet groter dan 8 centimeter.

Jonge wandelende takken hebben een rood/bruine kleur.

Pas na de eerste vervelling hebben ze een groene kleur.
 

Zuidoost-Azië

dagelijks
2-3 eieren

   
Leefomgeving Incubatietijd
   

boomtoppen

6 maanden

   
Voedsel Leeftijd
   

bladeren

tot 1 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden