banner
   
Home Keizerboa - Boa constrictor imperator Alfabetisch
Register
  Boidae - Reuzenslangen/Wurgslangen Tandtype: Aglyf - niet giftig  
Leefgebied     Voortplanting
 
Keizerboa de Oliemeulen 2011 Keizerboa de Oliemeulen 2011
Boa's zijn vooral 's nachts actief en als de tijd rijp is, gaan ze op zoek naar kleine zoogdieren, vogels en hagedissen.

Ze kunnen niet horen maar gaan af op trillingen die door de grond worden doorgegeven.

Om zijn prooi te vinden gebruikt de boa warmtesensoren, die zitten boven zijn lip.
Ook kan hij de lucht 'proeven' met een speciaal orgaan in het monddak, het orgaan
van Jacobson
.

De boa wacht rustig tot er een prooi langskomt, grijpt hem en doodt hem door zich eromheen te draaien en de prooi te verstikken.

Keizerboa de Oliemeulen 2011 Keizerboa de Oliemeulen 2011

Daarna slikt hij zijn prooi in zijn geheel door. Gemiddeld vangen wilde boa's eens in de twee maanden een prooi.

Na de maaltijd trekken ze zich een aantal weken terug voor de vertering en een vervelling, voordat ze weer op jacht gaan. Een boa vervelt gemiddeld vijf tot zeven keer per jaar.

 

Zuid-Amerika

15-60 jongen

   
Leefomgeving Draagtijd
   

warme tropische wouden

eierlevendbarend
120 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

zoogdieren, vogels en hagedissen

ruim 25 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

2,5-3,5 m.

De eieren hebben een dun vlies dat bij de geboorte openscheurt.

  Het verspreidingsgebied begint in het zuiden van Mexico en loopt via Guatemala, Belize, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama naar het “vaste” land van Zuid Amerika waar ze ook voorkomen in de noordwestelijke delen van Colombia en Equador.

De vrouwtjesboa kan sperma in haar lichaam opslaan en zo de bevruchting uitstellen. Daardoor worden de jongen soms pas tien maanden na de paring geboren. Het vrouwtje broedt de eieren
in haar lijf uit.

 
  Slang 'voelt' zijn prooi in het donker.
 
Een slang is dankzij infrarode straling in staat om 's nachts een muis op een meter afstand waar te nemen. Hoe hij dat precies doet, is nu door onderzoekers helemaal uitgeplozen. De slang blijkt blindelings in staat om een prooi op te sporen en te doden. Niet omdat hij hem ziet, maar omdat hij hem voelt.

Ratelslangen, boa's en pythons hebben een orgaan tussen de ogen en het neusgat waardoor ze in staat zijn ook kleine hoeveelheden infrarode straling op te merken. Bioloog David Julius besloot te onderzoeken hoe de slang dat precies voor elkaar kreeg. "In dit geval wordt de infrarode straling uiteindelijk in het orgaan als warmte opgemerkt," vertelt hij. "Wij hebben het molecuul gevonden dat daarvoor verantwoordelijk is."

In het orgaan dat de warmte opmerkt – een holte – zit een heel dun membraan. Dit warmt op wanneer de straling door een opening in de huid van de slang terechtkomt. Omdat het membraan in een holte zit, is het heel gevoelig voor temperatuursveranderingen. Het verwarmde membraan stuurt een signaal naar de zenuwcellen waarna er tot actie kan worden overgegaan. Hieruit kan geconcludeerd worden dat een slang hitte eerder voelt dan ziet. Het molecuul dat nauw bij de detectie van prooien betrokken is, maakt deel uit van een serie receptoren die nauw samenhangt met het doorgeven van pijnsignalen in zoogdieren."

De resultaten zijn opvallend en kunnen helpen om een beter beeld te krijgen van de evolutie van de slang. Het lijkt er namelijk op dat de evolutie zich de afgelopen jaren herhaald heeft; boa's en pythons beschikken over de holte waar warmte wordt gevoeld, maar de veel jongere adders hebben dezelfde capaciteiten. "Het is verbazingwekkend dat een willekeurige mutatie meer dan eens met dezelfde oplossing is gekomen."