banner
   
Home Caracal - Caracal caracal Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
x x
De brede, ronde kop heeft een korte snuit, grote ogen en driehoekige oren met lange zwarte haarpluimpjes op de toppen.
Deze pluimpjes dienen waarschijnlijk om het gehoor te versterken, maar zouden ook kunnen dienen voor communicatie met andere caracals.
x Ze leven in woestijnachtige gebieden,
waar ze met het oog op de warmte vooral 's ochtends en in de avonduren op jacht gaan.

Overdag houden ze zich schuil in een hol of een spleet.

Doorgaans is een caracal vrij egaal gelig of rossig gekleurd, maar er komen ook geheel zwarte caracals voor.
De achterpoten zijn langer dan zijn voorpoten en zeer gespierd, een aanpassing aan het jagen met sprongen.
 

Afrika en
Zuidwest-Azië

1-6 jongen
gem. 3 jongen

   
Leefomgeving Draagtijd
   

droge rotsachtige streken en steppen

62-81 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

knaagdieren, kleine antilopen en vogels

15-17 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

62-91 cm.
staart 18-34 cm.
♂ 12-19 kg.
♀ 8-13 kg.

ook bekend als woestijnlynx

Middelgrote zoog-dieren vormen zijn voornaamste prooi.

Belangrijke prooi-dieren zijn onder andere hazen, klei-nere apen, knaag-dieren als ratten, kleine antilopen als gazellen, en klip-dassen.

Ook vogels, van duiven en patrijzen tot zelfs arenden en struisvogels, worden gegrepen.
Hij komt voor van Afrika en Arabië tot Pakistan en Noordwest-India, in alle drogere bossen, savannes, steppen en halfwoestijnen.

De caracal heeft een voorkeur voor drogere vlakten en rotsachtige heuvels met kort gras en voldoende schuilplaatsen, als kopjes en struikgewas.

Hij ontbreekt in hete woestijnen als de Sahara en de Arabische woestijn, evenals in de regenwoudgordel van Afrika, maar komt algemeen voor in drogere gebieden als de Sahel, de Kalahari en de Hoorn van Afrika.

Hij komt ook ten noorden van de Sahara voor, in Noord-Marokko en -Algerije, Tunesië en Noord-Libië en -Egypte.

De caracal is voornamelijk 's nachts actief.

Overdag schuilt hij meestal tussen rotsen, in een holle boom, een grot of het verlaten hol van een aardvarken.

Alleen in de paartijd leeft hij in een paartje.

Tijdens de paartijd laat hij een ken-merkende kuchende roep horen.

De caracal krijgt tot zes jongen per worp na een draagtijd van 62 tot 81 dagen.

Deze jongen worden geboren in een hol, struikgewas of een grot. Na negen dagen gaan de ogen open. Het eerste vlees wordt gegeten als de jongen een maand oud zijn, en na vier maanden worden de jongen gespeend. Na een jaar zijn ze zelfstandig.

De caracal is een snel roofdier.

Qua gedrag heeft de caracal veel overeenkomsten met de kat zoals wij die kennen.

Ze houden van klimmen, zijn speels en ze jagen het liefst ’s nachts of in de schemering.

Ook in de onderlinge omgang verschillen caracals niet veel van hun tamme familielid.
Hij bespringt zijn prooi met een snelle, krachtige sprong.

Met deze sprong kan hij enkele meters hoog komen en vogels uit de lucht slaan.

Ook vruchten en reptielen worden soms gegeten.

De caracal vangt soms ook geiten, schapen en pluimvee, waar-door hij in conflict kan komen met veehouders.