banner
   
Home Marajo cascaval - Crotalus durissus marajoensis Alfabetisch
Register
  Groefkopadders/ratelslangen - Gifslang Tandtype: Solenoglyf  
Leefgebied     Voortplanting
 
Marajo cascaval Serpo 2008

Ratelslangen danken hun naam aan de ratel die ze hebben aan het einde van hun staart.

Bij geboorte heeft een ratelslang alleen een knopje, pre button wordt het ook wel genoemt.
Na elke vervelling die volgt na de geboorte blijft er een stukje huid bij de staart achter, dit stukje droogt/verhardt en vormt een segment.
Na 2 of 3 vervellingen (2/3 segmenten) kunnen ratelslangen gaan ratelen.

Ratelslangen behoren tot de groep groefkopadders.

Ze onderscheiden zich door een gepaard orgaan tussen ogen- en neusopening, dat als temperatuurzintuig functioneert. Dit orgaan (groeforgaan) kan de warmtestraling van de prooi waarnemen, zodat ook in absolute duisternis een trefzekere beet mogelijk is.

De groef loopt enkele millimeters door in de kop en binnen in de groef zitten 500 tot 1500 warmtereceptoren, waarmee de slang temperatuurverschillen van ± 0,003 °C ten opzichte van de omgeving kan waarnemen.

Ratelslangen hebben wat men noemt een solenoglyf gebit = twee “uitklapbare”
tanden voor in de bek.

Deze holle tanden liggen in een rust positie naar binnen gevouwen maar bij een uitval naar prooi of belager worden de tanden naar voren gericht en als het ware steken en zodoende het gif kunnen injecteren.

   
 

Brazilië komt alleen voor op de savanne van Ilha de Marajó

15-47 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

savannen

eierlevendbarend

   
Voedsel Leeftijd
   

kleine zoogdieren en vogels

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

1.20 m.

ook bekend als
Marajoan ratel-slang of
Zuid-Amerikaanse ratelslang

Veel groefkop-adders kennen een winterslaap, en veel soorten zoeken elkaar op om zo te profiteren van elkaars lichaamswarmte Groefkopadders zijn op enkele uitzonderingen na eierlevendbarend, de vrouwtjes brengen de jongen direct ter wereld. De net uitgekomen juvenielen zijn van geboorte af aan al giftig en kunnen een dodelijke beet toebrengen.

Opmerkelijk is dat ze enkele weken bij het moederdier blijven, tot de eerste vervelling.
Groefkopadders zijn oppor-tunistische jagers die de prooi in een hinderlaag op-wachten en snel toeslaan.