banner
   
Home Negenbandgordeldier - Dasypus novemcinctus Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Negenbandgordeldier Dierenpark Emmen 2008 Negenbandgordeldier Dierenpark Emmen 2008

Opvallend is het pantser dat bestaat uit een bekkenpantser dat het achterlijf beschermt, een schouderpantser en een aantal dwarsplaten die ten opzichte van de rest kunnen bewegen.

Bij het negenbandgordeldier zijn dit er negen.
De staart wordt eveneens beschermd door een serie ringvormige platen.
Het pantser bestaat uit beenachtige huid die is bedekt met hoornachtige opperhuid.
Het dier is over het hele lichaam en pantser schaars behaard.
Kenmerk van alle bijgewrichters is de aanwezigheid van bijgewrichten tussen
lenden- en ruggenwervels.
Verbinding tussen skelet en pantser ontbreekt.
De kop is lang, evenals de oorschelpen.
De stevige poten voorzien van krachtige tenen (vier aan de voorpoten,
vijf aan de achterpoten), maken van het dier een uitstekend graver.

Negenbandgordeldier Dierenpark Emmen 2008

Het negenbandsgordeldier heeft, net als alle andere gordeldieren, een dik leerachtig pantser.

Alhoewel hij negenbandgordeldier heet, kan hij 7 tot 11 banden hebben.

Gordeldieren zijn nachtdieren. 

Gordeldieren spelen ook een belangrijke rol in de wetenschap. Het negenbandige gordeldier heeft een ongebruikelijk voortplantingssysteem, in die zin dat het ééneiige vierlingen kan voortbrengen. Dit betekent dat alle vier de jongen uit één nest dezelfde genetische informatie met zich meedragen. Dit komt van pas in onderzoek waarbij vergelijkingen gemaakt moeten worden tussen constante factoren, in dit geval bij de genetisch identieke gordeldieren. Hier hebben zowel medicinale als gedragsonderzoeken baat bij. 
De draagtijd is ongeveer 120 dagen.
Maar de periode tussen paring en geboorte is langer, ongeveer 300 dagen.
 

Midden-Amerika tot in de zuidelijke staten van de Verenigde Staten

meestal 4 jongen ééneiig

   
Leefomgeving Draagtijd
   

voedselrijke- en "vroetbare" grond

120 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

mieren, kevers, kleine reptielen en amfibieën

12-15 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

60-80 cm. schouderhoogte 10-13 cm.
♂ 5,5-7,7 kg.
♀ 3,6-6,0 kg.
staart 24-37 cm.
oren 40 mm.

De jongen lijken erg veel op volwassen dieren. Hun pantser is alleen nog soepel en de huid is roze van kleur.

Het negenbandgordeldier leidt een wroetend (met zijn neus) en gravend leven.

Bij een buitentemperatuur van 20 - 25 º is het negenbandgordeldier ook overdag actief.

In het warme jaargetijde is het dier vooral 's nachts actief.  

Dit komt doordat de bevruchting niet direct na de paring plaatsvindt. De eicel wordt in november/december bevrucht, gaat normaal delen maar splitst op een gegeven moment in vieren.
De afzonderlijke delen ontwikkelen zich tot een jong.
De jongen zijn dus van hetzelfde geslacht en verder ook genetisch identiek.

Bij deze soort bestaat het pantser op zijn rug uit acht tot tien
(meestal negen) gordels.

Buiten de mens is het gordeldier het enige andere dier waarvan bekend is dat het aan lepra kan lijden. 

De ademhaling is goed aangepast aan het gravende bestaan van het gordeldier.
Terwijl hij met zijn neus in de grond op zoek is naar voedsel, neemt de zuurstoftoevoer af en het koolstofdioxidegehalte in het bloed toe.
Dit kan het dier echter uitstekend verdragen.

Het negenbandgordeldier kan zijn lichaamstemperatuur enigszins aan die van de omgeving aanpassen.
Bij een buitentemperatuur tussen de 28 en 38 ºC, is de lichaamstemperatuur 34,5 ºC.
Zakt de omgevings- temperatuur tot 24 ºC, dan zakt de lichaamstemperatuur van het gordeldier ook.
Wordt de buitentemperatuur te laag dan stookt het dier zijn lichaamstemperatuur op door buitenste bloedvaten samen te trekken en te gaan bibberen. 

Het negenbandgordeldier kan niet goed tegen kou omdat het pantser niet isolerend werkt.