banner
   
Home Dwergkaaiman of Gladvoorhoofdkaaiman - Paleosuchus palpebrosus Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Dwergkaaiman Blijdorp 2011
Van alle soorten krokodilachtigen blijft deze soort het kleinst.
Dwergkaaiman Blijdorp 2011 De kop is karakteristiek; de ogen zijn relatief groot en de snuitpunt is een beetje omhoog gekromd.

Het aantal tanden varieert van 78 tot 82;
4 rijen voortanden en 14 of 15 rijen
tanden in de bovenkaak en 21 of 22
rijen kiezen in de onderkaak.

In vergelijking met andere krokodil-achtigen heeft deze soort een zware bepantsering aan zowel de onder- als bovenzijde.
Hierdoor raakt het lichaam minder snel beschadigd in wateren die wat sneller stromen.
Ook is bekend dat de kaaiman meer op het land komt dan andere krokodilachtigen.

De naam gladvoorhoofdkaaiman slaat op het ontbreken van een opstaande rand boven de ogen die bij andere soorten wel aanwezig is zoals bij de verder gelijkende brilkaaiman of gewone kaaiman.

De korte, naar achter gekromde tanden
zijn echter ideaal voor het eten van ongewervelden als kreeftachtigen.
Dwergkaaiman Blijdorp 2011
Ook bekend als Cuviers gladvoorhoofdkaaiman, of Cuviers dwergkaaiman.
 

Midden-Amerika en de noordelijke helft van Zuid-Amerika

10-25 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

snel stromende beken en moe-rassen in het tropisch regenwoud

4-5 maanden

   
Voedsel Leeftijd
   

vogels, reptielen, kleine zoogdieren en amfibieën

20-40 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

1.20-1.50 m.
6-7 kg. 

Deze soort kan zelfs bij water-vallen in de buurt worden aange-troffen.

Het vrouwtje maakt een deels bovengronds nest op een beschutte plek, een legsel bevat 10 tot 25 eitjes. Het is niet geheel duidelijk of de jongen worden beschermd door de moeder, wat bij veel krokodil-achtigen voorkomt. Dwerg kaaimannen komen voor in een groot deel van noordelijk Zuid-Amerika;
in Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans-Guyana, Guyana, Paraguay, Peru,
Suriname en Venezuela.

De habitat bestaat uit meren, rivieren en ondergelopen delen van bossen, snelstromend water wordt getolereerd, veel krokodilachtigen hebben hier een hekel aan.
Deze soort kan zelfs bij watervallen in de buurt worden aangetroffen.

Ook kan de kaaiman in helder, schoon water leven, veel krokodilachtigen verkiezen juist troebel water.

Vanwege een hogere tolerantie voor koelere omstandigheden komt deze soort zuidelijker voor dan de enige andere soort uit het geslacht.
De mannetjes lokken de vrouwtjes door de kop te verheffen en de staart bijna recht omhoog uit het water te steken.

Hierbij wordt een geluid gemaakt dat nog het meest lijkt op brullen.