banner
   
Home Zoetwaterkreeft - Orconectus virilis Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Zoetwaterkreeft Ouwehands Dierenpark 2010
Kreeften paren in de herfst of in het voorjaar. De eitjes hoeven niet direct bevrucht te zijn en worden pas gelegd in het voorjaar. De vrouwtjes kunnen het sperma opslaan.

Ze dragen hun eitjes onder de staart waar de eitjes als een grote bal vast geplakt aan de "swimmerets" (de flappertjes onder hun staart)
Het vervellen is een bijzondere gebeurtenis.
De in de oude panter aanwezige kalkzouten worden in het bloed opgenomen en opgeslagen in de maag.
Het oude pantser verweekt, barst open en de kreeft kan zijn oude pantser verlaten.

Na het verschalen wordt een grote hoeveelheid water opgenomen waardoor het lichaamsvolume toeneemt. De kalkzouten die eerder in de maag zijn opgeslagen worden nu weer gebruikt voor de bouw van het nieuwe pantser.

Het verschalen duurt een paar uur, maar het uitharden ervan kan enkele dagen in beslag nemen.
Zoetwaterkreeft Ouwehands Dierenpark 2010
Tijdens die periode is de rivierkreeft erg kwetsbaar en zijn goede schuilplaatsen de enige bescherming die ze hebben.
 

Noord-Amerika

100-300 eitjes

   
Leefomgeving Broedtijd
   

meren, rivieren, sloten en moerasachtige gebieden

enkele weken
Als de eitjes uitkomen zijn het direct al kleine kreeftjes.
Binnen 3 maanden kunnen ze 2-3 cm groot zijn.

   
Voedsel Leeftijd
   

dode dieren, waterplanten, slakken en
insecten

2 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

10-12 cm.
zonder scharen
en antennes

Kreeften kunnen onderling vrij agressief zijn.
Ieder exemplaar verdedigd een eigen schuilplaats.

Zoetwaterkreeft Ouwehands Dierenpark 2010 Rivierkreeften hebben de mogelijkheid om verloren lichaamsdelen weer te regenereren.

Het regenereren kan alleen tijdens het vervellen plaatsvinden.

De nieuwe lichaamsdelen krijgen echter niet meer die kwaliteit die ze voorheen hadden.
Vooral in het eerste levensjaar groeien de kreeftjes relatief snel en zullen daarom ook zo’n 7 tot 8 keer gaan vervellen.

Daarna gaat het langzamer, want de vrouwtjes vervellen dan nog maar 1 keer per jaar en de mannetjes 2 keer.
Zoetwaterkreeft Ouwehands Dierenpark 2010
De paring vindt plaats in het late najaar.

Het mannetje draait met zijn scharen het vrouwtje op haar rug en deponeert het kleverige sperma op het achterlijf van het vrouwtje.

Bij het mannetje is het aanhangsel van het eerste segment voorzien van groeven.
De kop bezit 4 paar antennen, 2 grote en 2 kleine.
Op deze antennen bevinden zich zintuigen waarmee de kreeft kan voelen en proeven. Van de 5 looppoten is de voorste poot vergroeid tot een schaar, en dient voor de verdediging en verscheuren van voedsel.

Met de overige 4 poten, waarvan aan 2 pootjes een kleine schaartjes zit, brengt hij voedsel naar de mond. De mond bezit een kaak waarmee het voedsel klein gemaakt kan worden.

Alle gelede delen van de rivierkreeft zijn versmolten met het kop-borststuk.
Het schild of carpax is hard door kalk en beschermt het kop-borststuk.
Het achterlijf, het abdomen, van de rivierkreeft is gesegmenteerd, met aan elk segment aan iedere kant een aanhangsel bevestigt.

De staart van de kreeft is voorzien van een waaier van 5 aanhangsels, de staartplaat. Hiermee kan hij zwemmen en sturen. Door zijn staart naar onderen te slaan, schiet hij naar achteren weg. Onder het achterlijf bevinden zich de zwempoten.
Deze groeven worden gebruikt om het sperma naar het vrouwtje te transporteren.

Vervolgens kan het nog enkele weken tot maanden duren (mei – juni) voordat het vrouwtje haar eitjes gaat leggen.