banner
   
Home Drievingerige Luiaard of Ai - Bradypus tridactylus Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Luiaard Dierenpark Emmen 2006 De drievingerige luiaard komt voor in het noordelijke Amazoneregenwoud.

De drievingerige luiaard heeft drie vingers aan de handen, in tegenstelling tot de tweevingerige luiaards, die er slechts twee hebben.

Overigens hebben alle luiaards drie tenen aan een voet. Net als de andere luiaards, maar anders dan alle andere zoogdieren, heeft de drievingerige luiaard negen halswervels. Hij kan zijn kop minstens 180º draaien.

In het regenseizoen groeien er allerlei algen in de grijsbruine vacht, wat groenige vlekken veroorzaakt. Dit dient als camouflage.

Langzaamste zoogdier.
De drievingerige luiaard heeft een gemiddelde snelheid op de grond
van 1,8 tot 2,4 meter per minuut, oftewel 0,1 tot 0,16 km/u.
In bomen kan die 'snelheid' oplopen tot 4,6 m per minuut, of 0,27 km/u.

Het mannetje van de drievingerige luiaard heeft, een rugklier, speculum, die zichtbaar is als een oranje vlek op de rug. In de lengterichting van de vlek looopt een donkerbruine streep. Vaak liggen er ook enkele kleinere vlekken rond de streep.

De functie van deze klier is vooralsnog onduidelijk, maar mogelijk heeft het een voordeel bij het vinden van een partner.

De luiaard besteedt het grootste deel van zijn leven in bomen, traag voortbewegend of hangend aan een tak, met de buik omhoog en de rug naar beneden.

De drie klauwen die de luiaard per hand heeft, zijn als aanpassing hieraan zeer sterk en gekromd.
Luiaard Dierenpark Emmen 2006
 

Zuid-Amerika

1 jong

   
Leefomgeving Draagtijd
   

Amazone-regenwoud

± 5 maanden

   
Voedsel Leeftijd
   

Bladeren, knoppen en twijgen

40 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

45-50 cm.
2-5 kg.

Het lichaam is gebouwd om ondersteboven te hangen

De drievingerige luiaard is een solitair dier.

Alleen in de paartijd zijn meerdere dieren bij elkaar te vinden.
Hij is echter ook een goede zwemmer, die brede, snelstromende rivieren kan oversteken.

Het dier leeft voornamelijk van bladeren, aangevuld met zachte vruchten. Bladeren zijn lastig verteerbaar. Door de trage levenswijze verspilt de luiaard vrij weinig energie. Om toch zoveel mogelijk energie uit de bladeren te halen, heeft het dier daardoor een vrij langzame stofwisseling.

Hierdoor duurt het meestal langer dan tien dagen voordat hij ontlasting produceert. De maag van de drievingerige luiaard bestaat uit vier kamers. In één kamer leven bacteriën die helpen bij de vertering.
Het dier is voornamelijk
's nachts actief; overdag rust hij tussen twee dikke takken.