banner
   
Home Dwergmangoest - Helogale parvula Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Dwergmangoest Dierenpark Emmen 2008
De dwergmangoest is een typische mangoest. Hij heeft de grote spitse kop, kleine oren, lange staart, korte poten en lange klauwen. De dwergmangoest is te onderscheiden van andere mangoesten door de grootte: hij is veel kleiner dan de meeste andere mangoesten.
Dwergmangoest Dierenpark Emmen 2008 Alleen het dominante vrouwtje krijgt jongen. Het vrouwtje wordt bij het zogen geholpen door andere vrouwtjes en alle groepsleden helpen mee met de zorg voor de jongen.

Tussen dieren is een sterke strijd om wie de jongen mag dragen of hun vacht mag verzorgen.

Na vier weken komen de jongen voor het eerst buiten het nest. Ze zijn dan zeer speels en brengen het grootste gedeelte van de dag door met stoeien met andere groepsleden.

Groepsleden houden met elkaar contact door middel van een grote variatie aan geluiden.
De dwergmangoest is een dagdier. Het is een sociale soort, die in familiegroepjes van twee tot twintig dieren leeft. Een groep bestaat uit meer vrouwtjes dan mannetjes.
 

Oost-Afrika, Angola, Ethiopié

1-7 jongen

   
Leefomgeving Draagtijd
   

savannes, gras-landen en open
lichtbeboste- en struikgebieden, tot op een hoogte van 2000 meter

50-54 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

insecten, reptielen, kleine vogels en fruit

8 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

18-26 cm.
staart 12-20 cm.
0,5 kg.

Familie van de civetkatachtigen, kleinste roofdier van Afrika

Eieren staan ook op het menu van de dwergmangoest.

Ze houden de eieren met de voorpootjes vast en gooien ze
tussen hun achterpoten door tegen een steen om ze te breken.
Binnen een groep heerst een sterke hiërarchie, met een dominant paartje aan de kop.

Het dominante vrouwtje is de leider van de groep. Het dominante mannetje is zeer waakzaam en staat regelmatig op een verhoogde plek, vaak vergezeld door andere mannetjes.

De groep houdt zich voornamelijk op rond een schuilplaats: voornamelijk termie-tenheuvels, maar ook holten tussen keien, holle bomen en dergelijke.

Meestal bewoont een groep een schuil-plaats vlakbij een bijen- of wespennest, als bescherming tegen predatoren.
Dwergmangoest Dierenpark Emmen 2008 Dwergman-
goesten kennen een alarmkreet, waarmee de andere groeps-leden gewaar-schuwd worden.