banner
   
Home Massauga (dwergratelslang) - Sistrurus catenatus Alfabetisch
Register
  Groefkopadders/ratelslangen - Gifslang Tandtype: Solenoglyf  
Leefgebied     Voortplanting
 
Massauga dwergratelslang Serpo 2009

Zoals alle groefkopadders hebben ratelslangen groeven aan weerszijden van de neus,
onder de ogen.

Dit zijn zeer gevoelige temperatuurszintuigen waarmee de slang in het donker goed kan jagen omdat hij niets kan zien maar met de groeven zijn prooien waar kan nemen.

De hoogst ontwikkelde gifslangen, zoals ratelslangen en adders hebben voorin de bovenkaak twee scharnierende giftanden staan.

Massauga dwergratelslang Serpo 2009

In rust liggen deze giftanden tegen het gehemelte geklapt, tijdens de beet zijn de tanden naar voren gericht.

Deze tanden zijn hol als een injectienaald en kunnen hierdoor het gif diep en effectief inbrengen.

Het maagzuur van een gifslang is zwak.


Vandaar dat de gifslang op een andere wijze haar prooi moet verteren, daarvoor is het gif.
 

Noord-Amerika en het zuidwesten van Canada

15-25 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

moerasgebieden rond rivierdelta's

eierlevendbarend

   
Voedsel Leeftijd
   

knaagdieren

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

gem. 0.90 cm.