banner
   
Home Reuzenmiereneter - Myrmecophaga tridactyla Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Reuzenmiereneter Overloon 2010 Reuzenmiereneter Overloon 2010

Mierenters hebben aan elke poot sterke klauwen.

De klauwen aan de voorpoten bestaan uit drie grote en één kleine nagel.

De klauwen aan de achterpoten bestaat
uit vijf kleine nagels.

Deze klauwen gebruiken ze om termietenheuvels en boomstronken open te breken,
op zoek naar voedsel.

Het voedsel van de miereneter bestaat hoofdzakelijk uit bodembewonende insecten zoals termieten, mieren en bijen, maar ook wormen, maden en kleine vruchten zoals bessen worden regelmatig gegeten. Zelfs dode insecten in rottend hout worden gegeten.

De speekselklieren bij de miereneter zijn sterk ontwikkeld en produceren tijdens het zoeken naar voedsel een kleverig speeksel dat een laag vormt op de tong.

Reuzenmiereneter Overloon 2010
Hierdoor blijven de insecten aan de tong kleven. Hij steekt zijn tong zo`n 150 keer per minuut naar buiten.
Ze kauwen hun prooi met harde delen van hun gehemelte. De taak van het gebit is overgenomen door wrijfplaten in een gedeelte van de maag.
 

Midden- en
Zuid-Amerika

1 jong

De moeder
draagt het jong gedurende het eerste jaar
in het lange haar op de rug

   
Leefomgeving Draagtijd
   

bossen, moerassavannas en langs rivieroevers

178-190 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

mieren en termieten

25 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

40 kg.
1.00 m. lang
staart 60-90 cm.
schofthoogte
60 cm.

ook bekend als
grote miereneter, mierenbeer of yoeroemi

Om hun scherpe klauwen niet door het lopen te laten slijten, lopen ze op hun polsen, met de scherpe klauwen naar binnen gevouwen.

De maag is nog voor een andere doeleind stevig ontworpen.

Mieren en termieten scheiden namelijk mierenzuur af ter zelfbescherming.

Bij het verteerproces komt ook dit goedje in de maag terecht.

Een mierenetermaag is in staat dat zuur te neutraliseren.

Per dag werkt een volwassen mereneter een dikke 40.00 mieren naar binnen.

De mierenetersnuit is zo ontworpen dat ie bliksemsnel in een mieren of termietenhoop kan bewegen.

De snuit is niet erg pelsbegroeid om de diertjes zo weinig mogelijk grip te geven om te ontsnappen.

 

Als miereneters gaan slapen doen
ze aan een katje denken.

Ze rollen zich helemaal op en dekken zichzelf
toe met hun
grote staart.