banner
   
Home Chinese muntjak - Muntiacus reevesi Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
x De mannetjes van de munthaks, de bokken, hebben een speciaal gewei dat lijkt op twee kleine hoorntjes.

Heel specifiek voor de bokken zijn de twee slagtanden in de bovenkaak.

Deze worden als wapens gebruikt bij gevechten met andere manetjes.

Uit de traanklieren bij de ogen wordt vocht afgescheiden waarmee ze hun territorium afbakenen.

In verhouding tot andere hertachtigen een vrij lange staart van 15 cm.
Het vrouwtje heeft geen gewei, op de plaats van het gewei heeft zij een bosje haar.
Chinese muntjaks leven over het algemeen solitair. Jonge volwassen vrouwtjes blijven meestal nog een tijdje bij hun moeder en vormen zo familiegroepjes, jonge volwassen bokken trekken meestal naar nieuwe gebieden.

De woongebieden van vrouwtjes over-lappen meestal met elkaar. Het grotere territorium van het mannetje overlapt over het algemeen ook met het woongebied van vrouwtjes, maar niet met het territorium van andere mannetjes.

Chinese muntjaks maken een blaffend geluid.
x
Vooral in de bronsttijd laten ze dit blaffen regelmatig horen. Bij gevaar maken ze een klikkend geluid en steken ze de staart op.

De Chinese muntjak komt oorspronkelijk voor in Zuid-China en Taiwan.

De soort is op enkele plaatsen in Europa ingevoerd en leven hier in parken.

In Engeland en Frankrijk zijn er dieren ontsnapt, die daar nu in dichte gemengde en loofbossen met veel en gevarieerde lage begroeiing leven.
 

oorspronkelijk Zuid-China

1 jong

soms 2 worpen in één jaar

   
Leefomgeving Draagtijd
   

bosrijk gebied

210 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

Bladeren, gras, vruchten, schors

19 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

schouderhoogte
45-52 cm.
lengte 90-100 cm.
♂ 15 kg
♀ 12 kg.

wordt ook wel blafhert genoemd

  Vooral in Engeland is het dier vrij algemeen en zijn verspreidingsgebied strekt zich meer en meer uit.