banner
   
Home Dwergzijdeaapje of Pygmee oeistitie - Callithrix pygmaea  Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Dwergoeistitie Artis 2007
Het mannetje draagt na de geboorte de jongen op zijn rug. Hij brengt de jongen bij het
vrouwtje als ze moeten drinken.
Dwergoeistitie Artis 2007 Hoewel je het van deze kleinste Zuid-Amerikaanse apensoort misschien niet zou verwachten houden paartjes dwerg-oeistiti's er een groot gezinsleven op na.

Ze kunnen wel dertien jongen bij zich hebben van vier opeenvolgende worpen. Totdat zijn kinderen op eigen benen kunnen staan draagt vader-oeistiti ze op zijn rug.
Net als andere soorten zijdeaapjes zijn het gespecialiseerde gom-eters.

Dwergoeistiti's voeden zich hoofdzakelijk met gom; boomsappen die uit wonden stromen die ze met hun tanden in de boombast hebben gemaakt.

Dagelijks keren de dieren terug naar hun 'bomenbar' om het boomsap te tappen.
Als in het droge seizoen de sapstromen minder worden schakelen de dwerg-oeistiti's over op nectar.
Dwergoeistitie Artis 2007
Hun klauwtjes helpen hen om zich behendig door de bomen voort te bewegen; sprongen van vijf meter zijn niet onmogelijk.
 

Noorden van het Amazonegebied

meestal 2 jongen

   
Leefomgeving Draagtijd
   

langs bosranden

130-150 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

gom, hars, sappen, fruit en insecten

11 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

16 cm.
staart 18 cm.
♂ 120 gram
♀ 140 gram

kleinste apensoort

De dwergzijde-aap leeft in familie-groepjes van tien tot vijftien dieren. Deze bestaan uit de ouderdieren met drie generaties kinderen.
De groepen verde-digen gezamenlijk territoria.

De dwergzijde-aap is samen met de zeven grotere zijde-aapjes een gespecialiseerde gom-eter.
Dwergoeistitie Artis 2007

De hoeveelheid gom die uit een boom stroomt is klein, de dieren besteden maar enkele minuten om de druppels op te likken.

Maar de aapjes kunnen ook zelf gaten knagen in stammen: de snijtanden zijn groot, met nauwelijks uitstekende hoektanden.

De binnenkant van de onderste snijtanden zijn niet geglazuurd, terwijl het glazuur aan de buitenzijde juist erg dik is: hierdoor ontstaat een beitel-vorm.

Hun bovenste snijtanden zetten ze in de schors vast en trekken een sleuf omhoog met de beitelvormige onderste snijtanden.

Omdat ze heel erg klein zijn, vallen dwergzijde-aapjes vaak ten prooi aan roofvogels, kleine katachtigen en klimmende slangen.


In sommige gevallen vertonen ze een gedrag waarbij de hele groep op een indringer afgaat met veel lawaai en vallen de indringer aan tot hij weggaat.