banner
   
Home Witgezicht oeistitie - Callithrix geoffroyi Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Witgezicht oeistitie Dierenpark Emmen 2009 Witgezicht oeistitie Dierenpark Emmen 2009
De witgezichtoeistitie beweegt zich op vier poten voort. Hij slingert behendig door de bossen van Brazilië.

Wanneer de jongen pas geboren zijn, blijven ze twee weken op de rug van soortgenoten zitten. Ze houden zich met hun kleine klauwtjes vast aan de vacht van hun drager.
Witgezicht oeistitie Dierenpark Emmen 2009 Witgezicht oeistitie Dierenpark Emmen 2009
 
 

Brazilië

1-2 jongen

   
Leefomgeving Draagtijd
   

tropisch regenwoud

4,5 maanden

   
Voedsel Leeftijd
   

fruit, insecten en kleine dieren

10 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

20 cm.
220 gram

bedreigd

De witgezicht-oeistitie is een ernstig bedreigde diersoort. Er zijn meerdere factoren te noemen. Als eerste worden de tropische regen-wouden van Zuid-Amerika steeds kleiner, dit is het leefgebied van de wit-gezichtoeititie. Ondanks het kleine formaat van de witgezichtoeistitie neemt hij wel veel ruimte in gebruik. De witgezichtoeistitie heeft scherpe snijtanden die aangepast zijn op het verkrijgen van boomsappen, hiervoor moet hij namelijk eerst diep in de boom bijten.

De witgezichtoeistitie is voornamelijk overdag actief. Ze slapen ’s nachts in boomgaten of in andere schuilplaatsen.

De witgezichtoeistitie leeft in groepen van acht tot tien dieren. Deze groep bestaat uit een dominant vrouwtje, haar partner en de jongen.

De jongen blijven in de groep, zelfs wanneer ze volwassen zijn en zelf jongen krijgen. De groepen leven in een eigen territorium. De territoria van de witgezichtoeistities overlappen elkaar.

Het territorium wordt afgebakend met geuren op bomen.

Er zijn dus bomen met meerdere geuren. Dit geeft geen problemen, maar zorgt voor een soort verzamelplek voor groepen.

Het dominante vrouwtje baart vaak tweelingen na vier tot vijf maanden dracht.

Alle groepsleden, inclusief de vader, helpen mee met het dragen van de jongen. De eerste twee weken zijn de jongen nog compleet afhankelijk van hun moeder en andere soortgenoten.

Pas na twee maanden worden ze onafhankelijk en gaan ze zelf op zoek naar voedsel.

Zijn territorium is ongeveer vijf hectare groot. Tevens wordt er veel op de wit-gezichtoeistitie gejaagd omdat men dacht dat deze dieren ziekten als geelzucht met zich meebrachten.

Ook het luipaard is een vijand van de witgezichtoeistitie. Hij probeert aan zijn vijanden te ontsnappen door zich erg snel te verplaatsen.