banner
   
Home Oester - Ostrea edulis Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Oester Blijdorp 2011
 
Oester Blijdorp 2011 De oester, ofwel de platte Zeeuwse, is een eetbaar schelpdier.

En wel zeer gewaardeerd om bepaalde eraan toegeschreven eigenschappen en omdat veel mensen hem gewoon lekker vinden.

Het oppervlak is ruw en geschubd en op de linkerschelp loopt een aantal grove ribben vanuit de punt naar de rand van de schelp.
 
Dit schelpdier is, zoals de meeste tweekleppige schelpdieren, een zogenaamde filteraar: het water wordt over een soort zeef of filter gepompt, waar het plankton eruit wordt gehaald en vandaar door trilharen naar de maag wordt geleid.

Het water gaat verder over de kieuwen, waar de zuurstof eruit wordt gehaald.
Oester Blijdorp 2011
 
 

Zuid-Noorwegen tot in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee

bevruchting vindt plaats in het water

   
Leefomgeving Broedtijd
   

rotsbodems, schelpenbodems en andere harde ondergrond

 

   
Voedsel Leeftijd
   

plankton

 

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

10-15 cm.

De Zeeuwse consumptieoesters worden geoogst bij ca. 100 mm.

De oester is een
in zee levend tweekleppig weekdier.

De schelp is zeer dikschalig en variabel van vorm. Meestal min of meer rond, maar soms ook meer hoefijzervormig.

De oester heeft als natuurlijke vijand de zeester en de scholekster.

Bevruchte eicellen ontwikkelen zich bij de 'moeder oester' tot larven die zelfstandig kunnen leven.

Ze worden dan afgestoten
De bevruchting vindt plaats in het water. Uit de eitjes ontstaan larfjes, die in het plankton blijven zweven.

Na verloop van tijd ontwikkelen die larfjes een schelpje en zinken dan naar de bodem: de broedval.

Als ze een ondergrond vinden om zich op vast te hechten, hebben ze geluk.
Anders gaan ze waarschijnlijk gewoon dood.

De voortplantingsorganen liggen aan beide kanten van het lichaam, tijdens de zomermaanden worden deze geslachtsrijp.

Een oester verandert regelmatig van geslacht. Deze verandering is (gedeeltelijk) afhankelijk van de temperatuur.

De mannelijke zaadcellen worden afgescheiden wanneer de oester in het mannelijke stadium is. De zaadcellen worden meegevoerd met de waterstromen tot ze bij naburige vrouwelijke oesterschelpen komen.

Daar worden ze opgezogen tot in de eileider. Na twee weken komen miljoenen larven uit de eileider, deze ontwikkelen zich dan tot zwemlarven.

De zwemlarven voeden zich dan met het allerkleinste plankton. Na een tijdje gaan ze zich nestelen,in schaduwrijke plaatsen, en doen ze enkele veranderingen.

De jonge dieren nemen dan de echte oestervorm aan, als laatste begint de vorm van de schaal.
Je hebt onge-twijfeld al van
de oesterparels gehoord.

Wel hoe deze ontstaan is toch wel interessant
om weten.

Als er een zandkorrel of een parasiet in z'n lichaam dringt probeert de oester die uit te stoten.

Lukt dat niet, dan omhult hij de indringer met fijne laagjes parelmoer.

Die laagjes zullen een parel vormen.