banner
   
Home Tapijtpython - Morelia spilota variegata Alfabetisch
Register
  Reuzenslangen/Wurgslangen Tandtype: Aglyf - niet giftig  
Leefgebied     Voortplanting
 
Tapijtpython Diergaarde Blijdorp 2009

Deze pythons kunnen we in uiteenlopende biotopen terugvinden, gaande van savannes tot bergwouden, wouden waar in de winter sneeuwval voorkomt en regenwouden.

In droge gebieden houden ze zich vooral op in de buurt van meren en rivieren.

Ze leven in de bomen. Tijdens de koele periodes zijn ze overdag en gedurende de
warme periodes tijdens de nacht actief.

Ze liggen niet alleen in hinderlaag op hun voedsel te wachten maar gaan ook actief jagen.

De twee groeven in de kop, uiterst gevoelige warmtesensoren, stellen hen in staat , dit met een onvoorstelbare preciesheid, de prooi, voornamelijk vogels en kleine zoogdieren, te lokaliseren en zodoende ogenblikkelijk te wurgen.

Tapijtpython Diergaarde Blijdorp 2009
Zoals alle pythons is deze soort niet giftig omdat het een wurgslang is.
Tapijtpython Diergaarde Blijdorp 2009

De ruitpython kan echter wel een gevaar opleveren voor lokale huisdieren, maar mensen en kinderen worden met rust gelaten, hoewel de slang gemeen kan bijten.

Vrouwtjes zetten de eieren af in rottende planten of holle boomstronken. Ze wikkelen zich om de eieren en beschermen die tot ze uitkomen

 

Australië en Nieuw-Guinea

7-40 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

savannen en bergwouden

het ♀ wikkelt zich om de eieren en beschermt ze tot ze uitkomen
± 40 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

kleine zoogdieren, vogels en hagedissen

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

3.00 m.

ook bekend als ruitpython