banner
   
Home Lanspuntslang - Bothrops asper Alfabetisch
Register
  Groefkopadders - Gifslang Tandtype: Solenoglyf  
Leefgebied     Voortplanting
 
De lanspuntslang overvalt zijn prooi vanuit een hinderlaag. Lanspuntslang Serpo 2008

De lanspuntslang kan soms dagen of wekenlang op een beschutte plek afwachten.

Hij ligt op een goede beschute plek waar hij, dankzij zijn camouflage niet opvalt.

Zodra een prooidier voorbij komt slaat hij toe.

Lanspuntslang Serpo 2008

De grootte van de populatie wordt bepaald door het voedselaanbod.

Neemt dit af, dan slinkt de populatie, is er voedseloverschot dan groeit de populatie.

Gifslangen doden duizenden mensen per jaar, vooral in de tropen en subtropen waar grote aantallen mensen wonen die meestal op blote voeten lopen en de nodige medische faciliteiten moeten ontberen.
Groefkopadders jagen voornamelijk op warmbloedige prooien. Ze hebben aan elke kant, tussen oog en neusgat een groef om warmtestraling te lokaliseren. Elke groef is 3mm.Ø en 6 mm. diep. Een dun strak vlies dicht boven de bodem van dit puntje bevat 500-1500 warmtereceptoren per mm². Deze receptoren zijn zó gevoelig, dat ze veranderingen
kunnen constateren van 0,003Cº en ze stellen de slang in staat voorwerpen te lokaliseren die 0,1 Cº warmer of kouder zijn dan de omgeving.
 

Noorden van Zuid-Amerika

15-71 eieren

   
Leefomgeving Broedtijd
   

regenouden

eierlevendbarend

na 180-240 dagen worden de eieren gelegd waarna de jongen direct uit het ei komen

   
Voedsel Leeftijd
   

gewervelde dieren

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

2.00-2.50 m.