banner
   
Home Sterlet - Acipenser ruthenus Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Sterlet Artis 2009

Vaak wordt deze soort gebruikt voor het kweken van kaviaar of vislijm.
Dit tamelijk kleine lid van de steurfamilie komt in Midden- en Oost-Europa nog veel voor.

Meestal worden sterletten in de benedenloop van deze rivieren gevonden;
zelden komen ze in brakwatergebieden voor.
Met zijn aan de onderkant van de kop gelegen bek neemt de sterlet kleine op de bodem levende dieren en organisch bodembezinksel tot zich.

Het vlees gaat door voor delicatesse en is erg in trek;

Sterlet Artis 2009 daarom heeft men in de afgelopen decennia de kweek van deze vissen in visfarms afgedwongen, om de dieren te kunnen uitzetten.

De sterlet is evenals de andere uitheemse steuren in Nederland geïntroduceerd via uitzettingen van tuinvijver- en aquariumliefhebbers en ontsnappingen uit sierviskwekerijen en –handels.
De steur is een anadrome vissoort, die paait in het zoete water en opgroeit in zee. De paaigronden worden gevonden op plaatsen met grof zand of grind, waar geen slib aanwezig is. De paaiplaatsen bevinden zich op een diepte van 3 tot 4 meter. In de nabijheid van het paaihabitat moeten diepe plekken aanwezig zijn als rustplaats. Het opgroeihabitat ligt in het brakke gedeelte van het estuarium.

Hier zoekt de opgroeiende steur ondiep water met schuilmogelijkheden op. De onvolwassen dieren leven in de kustzone met een diepte van 20 - 30 meter. De volwassen dieren trekken verder de zee op naar een diepte tot 50 meter.
 

Eurazië

vrouwtje legt in haar leven
15.000 tot 44.000 eitjes

   
Leefomgeving Broedtijd
   

Zwarte Zee, Kaspische Zee, Witte Zee en de Zee van Azov

5 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

insectenlarven, wormen en kreeftachtigen

25-50 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

16 kg
150-250 cm.

uitzondering
tot 350 cm.

Komt in Nederland vooral voor in rivieren.

Een anadrome vis is een vis die vanuit zee de rivieren optrekt om te paaien. De paaigebieden kunnen in de benedenloop of de bovenloop van de rivier zijn.

Een anadrome vis moet vanuit zee zonder barrières landinwaarts kunnen zwemmen.
De steur paait in juni en juli op grindbanken in de hoofdstroom (> 5 m diep).

De eieren komen na ongeveer 5 dagen uit. De larven teren ongeveer 10 dagen op de eidooier en laten zich meedrijven met de stroom.

Na 4 maanden arriveren de jonge steuren (25 – 35 cm) in het estuarium.

Zij verblijven daar de eerste twee jaar van hun leven.
Wanneer de steuren twee jaar oud en 75 cm lang zijn, trekken zij voor het eerst naar zee en zwerven daar de eerste jaren rond in het kustgebied.

Volwassen dieren verblijven in dieper water en keren in het voorjaar terug voor de paaitrek.

Gedurende de paaiperiode lijken volwassen steuren nauwelijks voedsel op te nemen.


Een estuarium is een verbrede, veelal trechter-vormige rivier-monding, waar zoet rivierwater en zout zeewater ver-mengd worden en zodoende brak water ontstaat, en waar getijverschil waarneembaar is. Wanneer een rivier als een stelsel van aftakkingen uitmondt spreekt men van een delta.