banner
   
Home Roodbuiktamarin - Sanguinus labiatus Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Tamarins behoren tot de klauwaapjes en hebben klauwtjes aan vingers, behalve aan de duim, deze heeft een nagel.

De klauwtjes zorgen dat ze goede grip hebben tijdens het klimmen. Hiermee kunnen ze gemakkelijk langs boom-stammen klimmen, zelfs als de bast glad is.

Bovendien kunnen ze extra goed in spleetjes en gaatjes in het hout pulken
op zoek naar insecten.
Roodbuiktamarin Ouwehands 2008

Roofvogels, kleine katachtigen en marters zijn vijanden van de roodbuiktamarins. Alleen kunnen de aapjes zich niet goed verdedigen, daarom werken ze samen.

De tamarins kruipen dicht bij elkaar, zetten hun haren op waardoor ze groter lijken en maken veel lawaai. Zo schrikken ze de meeste roofdieren af.

Roodbuiktamarin Ouwehands 2008

Roodbuiktamarins leven in groepen van
2 tot 13 dieren.
Er heerst geen duidelijke hiërarchie.

In een groep is er één vrouwtje dat zich voortplant.

De geurstoffen die dit dominante vrouwtje afscheidt remt namelijk de vruchtbaarheid van alle andere vrouwtjes.

Voor haar nakomelingen is dat gunstig: alle andere groepsleden, vooral de mannetjes, dragen en verdedigen haar kinderen.

   
 

Zuid-Amerika
Brazilië en Peru

1-2 jongen

   
Leefomgeving Draagtijd
   

bij voorkeur hoog in de bomen

120-150 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

vruchten, insecten en nectar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

26 cm.
450-460 gram
staart 38 cm.