banner
   
Home Wespen vogelspin - Cyclosterum fasciatum Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Wespen vogelspin Serpo 2009

Bij vogelspinnen zijn de gifkaken naar voren gericht en kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen.

Ze hebben geen tanden en kiezen, maar wel een zeer efficiënt, enigszins lugubere wijze ontwikkeld om hun prooi te verschalken.

De spin pompt met haar stevige gifkaken, haar speeksel in de nog levende prooi.

Onder invloed van het gif, begint de prooi al buiten de bek te verteren.

De prooi lost op en de spin zuigt haar voedsel op, van de prooi blijft slechts een omhulsel over.

Om te voorkomen dat de opgeloste prooi in de grond verdwijnt, beginnen vogelspinnen zodra ze een prooi hebben gevangen, een soort matje te weven waarop de prooi
blijft liggen.

Vogelspinnen zijn heel erg zuinig met hun voedsel. De spin zuigt behoedzaam alle druppeltjes prooi op zonder dat er ook maar iets verloren gaat.

De spijsverteringsorganen bevinden zich in het achterlijf.

De huid van het achterlijf is tot op zekere hoogte soepel en kan enigszins meerekken bij het uitzuigen van grote prooien.

Bij verontrusting of acuut gevaar zullen ze hun gifkaken dreigend laten zien, waarbij de spin zich half opricht en de voorste voorpoten omhoog brengt.

Wespen vogelspin Serpo 2009
   
 

Costa Rica

50 eieren
± 30 dagen na de paring wordt het ei cocon gelegd

   
Leefomgeving Broedtijd
   

bodembewoner van beboste gebieden

60 dagen na het leggen van het ei cocon

   
Voedsel Leeftijd
   

insecten, muizen, hagedissen en vogeltjes

♀ tot 35 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

4-5 cm.