| Home | Manenwolf - Chrysocyon brachyurus | Alfabetisch Register |
||||||||
| Leefgebied | Voortplanting | |||||||||
|
||||||||||
Zuid-Amerika |
2-5 jongen |
|||||||||
| Leefomgeving | Draagtijd | |||||||||
grasland langs |
62-66 dagen |
|||||||||
| Voedsel | Leeftijd | |||||||||
knaagdieren, |
10 jaar |
|||||||||
| Lengte en gewicht | Bijzonderheden | |||||||||
76 cm. |
wilde hond |
|||||||||
| Manenwolven zijn monogaam en een mannetje en wijfje delen soms dan ook hetzelfde terri-torium, maar ze zoeken alleen elkaars gezelschap in de paartijd. | Bij een potentieel vijandige ontmoeting cirkelen de dieren om elkaar heen met gekromde rug, de manen recht overeind en hun koppen opzij gedraaid, waarbij de witte keelmarkeringen duidelijker zichtbaar worden. De wijfjes worden loops tussen april en juni. Na een draagtijd van 62 tot 66 dagen worden er twee tot vijf jongen geboren in een nest, dat goed verstopt is in dichte begroeiing. De jongen zijn geheel met een zwarte vacht bedekt, op de witte staartpunt na en wegen bij de geboorte ongeveer 350 gram. Na acht of negen dagen gaan hun ogen open. |
![]() |
In tegenstelling tot veel hond-achtigen, heeft de manenwolf geen ondervacht. Het dier heeft een ongewone manier van graven. Hij graaft met zijn tanden in plaats van met zijn klauwen. |
|||||||
| Ze beginnen voorverteerd en uitgebraakt voedsel te eten als ze een maand oud zijn. Als ze 15 weken zijn zoogt de moeder ze niet meer. Na een jaar zijn ze lichamelijk en seksueel volwassen, maar ze planten zich meestal pas voort als ze twee jaar oud zijn. | ||||||||||