banner
   
Home Gewone zeehond - Phoca vitulina Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Zeehond Aqau Zoo 2007
De vachtkleur varieert van grijsgeel tot donkerbruin of zelfs zwart. Meestal hebben de dieren donkere vlekken. De kop is afgerond en klein in verhouding tot het lichaam.
De gesloten neusgaten lopen in een V-vorm.
Zeehond Aqau Zoo 2007 Zeehond Aqau Zoo 2007
Zeehonden lijken honkvast te zijn en keren meestal terug naar dezelfde rustplaats.

Sommige dieren zijn echter zwervers, en kunnen voor een langere periode weg-blijven. De activiteitsperiode wordt bepaald door de getijden: bij vloed wordt er gejaagd, bij eb, wanneer zandbanken en rotseilandjes droog komen te liggen, wordt er gerust.

In gebieden waar rustgebieden ook bij vloed droog blijven, zijn zeehonden dagdieren, die 's nachts op de rustplaatsen verblijven.

De zeehonden rusten vaak in grote gemengde groepen, die uit tot wel 1.000 dieren kunnen bestaan. In het water zijn
ze vaak echter alleen.

De balts en de paring vinden plaats in het water. Door een verlengde draagtijd komt de embryo pas tot ontwikkeling in november of december, ongeveer anderhalf tot drie maanden na de paring.

De eigenlijke draagtijd duurt 8 maanden.

In voorjaar en zomer werpen de wijfjes één jong, soms een tweeling op de zandplaten of op rotsen.
 

Noord-Atlantische- en Grote Oceaan

Europa, Groenland, Canada, Alaska, Japan

1 jong
soms 2 jongen

   
Leefomgeving Draagtijd
   

zandbanken

8 maanden

   
Voedsel Leeftijd
   

Platvissen, bodemvissen

♂ 26 jaar
♀ 32 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

♂ 1.20-1.95 m.
50-150 kg.
♀ 1.20-1.55 m.
45-130 kg.

Met het voedsel krijgen ze het meeste vocht binnen, en de gewone zeehond drinkt geen zeewater

In Europa komen ze voor langs de kust van de Oost-, de Noord- en de Waddenzee, en de kust van Noor-wegen, Ierland en Groot-Brittannië, m.u.v. het Kanaal. Met de daaropvolgende vloed zwemmen ze al met de moeder mee. De jongen hebben net als de jongen van andere zeehondensoorten een witte wollige vacht, maar verliezen deze meestal al voor de geboorte, waardoor ze met hun volwassen vacht worden geboren.

Zeehonden zijn bij de geboorte tussen de 70 en de 95 centimeter lang en 9 tot 11 kilogram zwaar. Vrouwtjes beschermen de jongen tegen vijanden. Bij groot gevaar duikt de moeder met het jong in de bek het water in, waarbij ze vaak ook onderduikt.

Ze zoogt het jong iedere drie à vier uur. De zoogtijd duurt net zolang totdat het gewicht twee keer zoveel is als het geboortegewicht. Dit duurt meestal tussen de twee en de zes weken. Na de zoogtijd verlaat de moeder het jong, waarna het voor zichzelf moet zorgen.
Ze komen over het algemeen voor op zandbanken, waaronder rond riviermondingen.

Ook komen ze voor langs rotskusten.