banner
   
Home Gele zeilvindoktersvis- Zebrasoma flavescens Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Gele zeilvindoktersvis Ouwehands Dierenpark 2010 Zeilvindoktersvissen hebben een erg hoge rugvin.

Ook hebben ze een lange snuit, waarmee ze algen van rotsen en koraal kunnen eten.

Net als alle andere doktersvissen hebben ze een scherpe stekelaan de zijkanten van hun staart, die ze kunnen uitklappen en waarmee ze andere vissen flink kunnen verwonden.
Zeilvindoktersvissen zwemmen op een diepte van 2 tot 46 meter. Ze zwemmen vaak in kleine groepen.
Binnen de groep houden ze toch een bepaalde afstand tot elkaar.
Alle volwassen doktersvissen voeden zich op het rif en de omgeving daarvan met algen.

Samen met andere algeneters zorgen zij ervoor, dat aangroei op riffen niet de overhand krijgt.

Vanwege hun herbivore levenswijze bezitten doktersvissen een lang darmkanaal.

Veel soorten hebben bovendien nog een dikwandige maag in verband met het feit dat zij naast algen ook nog hard materiaal zoals zandkorrels opnemen om de celwanden van de algen kapot te kunnen schuren, zodat de inhoud sneller en gemakkelijker kan worden verteerd.
Gele zeilvindoktersvis Ouwehands Dierenpark 2010
Het geslacht Zebrasoma onderscheidt zich binnen de familie door de hoge rugvin
(vandaar de populaire benaming zeilvindokter) met vier of vijf vinstralen, verhoogde schubben en de oprichtbare stekel op de staart.

Deze stekel, die in zijn normale positie naar achteren gericht ligt, kan naar voren worden geklapt en op die manier door met de staart te slaan een geducht wapen worden.
 

Stille- en Indische Oceaan

   
Leefomgeving Broedtijd
   

koraalriffen

   
Voedsel Leeftijd
   

algen en planten

5-7 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

20-22 cm.