banner
   
Home Mechelse koekoek Alfabetisch
Register
       
Leefgebied     Voortplanting
 
Mechelse koekoek GaiaPark 2009 De Mechelse Hoenders (of Mechelse Koekoek) zijn groot en fors met een
lange rug en zijn diep van bouw.

Het lichaam wordt horizontaal gedragen.
De huidskleur van dit dier is wit.

Het is een echt vleesras.

Dit uit het Belgische Mechelen stam-
mende hoenderras is rond 1850 ont-
staan uit een kruising van verschillende Aziatische rassen.

De Brahma is één van de voorvaderen.

Deze werden namelijk gekruist met koekoekkleurige dieren uit de streek.

Vervolgens zijn naar grote waarschijn-lijkheid ook nog Langshans en Cochins ingekruisd.

De Mechelse koekoek is een groot en
zwaar vleeshoen.

De stevige vleeskleurige poten zijn bij
dit ras rijkelijk voorzien van bevedering.
Een kip heeft 11 luchtzakken.

Dat zijn de halsluchtzakken, de sleutelbeenluchtzak, de vleugelluchtzakken, de
voorste en achterste borstluchtzakken en de buikluchtzakken.

De luchtzakken zijn verbonden met de longen en dienen als hulpmiddel om bij grote
arbeid een extra hoeveelheid lucht door de longen te kunnen pompen. De lucht uit de luchtzakken, waar nog veel zuurstof in zit, passeert namelijk bij de uitademing de
longen zodat er ook bij de uitademing zuurstofrijke lucht door de longen stroomt.

De luchtzakken hebben niet alleen een functie bij de ademhaling, maar zijn ook van
belang voor de regularisatie van de lichaamstemperatuur en voor het opvangen van
schokken. Het zijn als het ware ballonnen die op diverse plaatsen in de kip aanwezig
zijn. Daarnaast zorgen zij er voor dat de kip een laag soortelijk gewicht heeft waar-
door het dier beter kan vliegen.
 

oorspronkelijk België

ong. 160 eieren per jaar

uitsluitend bevruchte eieren worden bebroed

   
Leefomgeving Broedtijd
   

in de dierentuin kinderboerderij

21 dagen

   
Voedsel Leeftijd
   

 

7-9 jaar

   
Lengte en gewicht Bijzonderheden
   

♂ 4000 gram
♀ 3000 gram

Deze luchtzakken komen bij vrijwel alle vogelsoorten voor.
Brahma de Wissel Epe 2010

Brahma
Overal verspreid in Belgie waren er verscheidene soorten kippen die volledig aangepast waren aan de plaatselijke omstandigheden.

Zo was er ook in de streek rond Mechelen sprake van een koekoekkleurig hoen met witte onbevederde loopbenen.

Door kruising van dit hoen met oa: Brahmas, Langshans en Cochins werd
een reuzenhoen gecreëerd.

Dit hoen had de imposante lichaamsbouw van de Aziatische rassen en de vrucht-baarheid en vleeskwaliteit van de in-heemse rassen.

Dankzij al deze kwaliteiten nam de Mechelse Koekoek een belangrijke plaats op de markt van vleeshoenders in.
Om dit ras nog zwaarder te maken
kruiste men de Mechelse Koekoek met
de forse Brugse vechter.

Zo ontstond een tweede variëteit die de Mechelse Kalkoenkop genaamd wordt.

Deze naam heeft hij te danken aan zijn erwtenkam die sterk gelijkt op die van
een kalkoen.

Na een erkenning van de standaard in
1898 werd de eerste fokkersvereniging opgericht waar beroeps- een tentoonstellingfokkers terecht konden.

Door oorlog, kuikenziekte en opkomst
van goedkopere kippenrassen is de
populariteit in aantal sterk afgenomen
tot op enkele tientallen dieren na.

Dankzij enkele trouwe fokkers nam het aantal daarna terug toe waarop in 1979
de "Speciaalclub voor de Mechelse Koekoek" opge-richt werd.

De koekoekkleur komt momenteel het meeste voor
en de dieren in deze kleur zijn meestal het best van kwaliteit.