| Home | Edelhert - Cervus elaphus hippelaphus | Alfabetisch Register |
||||||
| Leefgebied | Voortplanting | |||||||
|
||||||||
Europa, Azië en Noord-Amerika |
1 jong |
|||||||
| Leefomgeving | Draagtijd | |||||||
bosrijk gebied met open plekken |
225-245 dagen |
|||||||
| Voedsel | Leeftijd | |||||||
grassen, kruiden, heide, boomschors, knollen, wortels, vruchten, zaden, knoppen, scheuten en loof van bomen en struiken |
25 jaar |
|||||||
| Lengte en gewicht | Bijzonderheden | |||||||
kop-romplengte |
Het edelhert is |
|||||||
| Sinds november 2005 zijn er ook in het Weerterbos op de grens van Limburg en Noord-Brabant edelherten aanwezig, zij het niet in het wild. Het gaat om een groep van 15 uit België afkomstige dieren die daar zijn uitgezet. Deze herten bevinden zich binnen een wildraster van 150 hectare. |
Het gewei wordt elk jaar afgeworpen onder invloed van geslachtshormonen. Oudere herten doen dat gedurende de laatste wintermaanden, jonge dieren meestal in maart of april. Daarna groeit meteen het nieuwe gewei dat gemiddeld in juli voltooid is. In augustus begint de basthuid te jeuken en verwijderen de mannetjes die door het gewei langs takken en boomstammen te schuren. |
Het is de bedoeling dat de dieren binnen enkele jaren hun vrijheid verkrijgen en mogelijk kunnen uitzwermen over Noord-Brabant en Limburg. Begin oktober 2009 is het wildraster nog niet opengesteld en op dit moment bestaat de groep uit 5 herten en 22 hindes. |
||||||
| Het edelhert is de gehele dag door actief, maar in gebieden met veel menselijke activiteit laten ze zich vooral vroeg in de ochtend en laat in de avond zien. 's Ochtends trekken ze meestal naar de graslanden om daar te kunnen grazen. In de Schotse Hooglanden klimmen ze 's ochtends naar hogergelegen gebieden om daar te kunnen rusten, en dalen ze 's avonds weer af om te grazen. |
Het kalf heeft bij de geboorte een gevlekte vacht. Deze dient ter camouflage: de eerste twee weken zal de moeder haar kalf vaak alleen laten, om uitsluitend terug te keren om het jong te laten zogen. Gedurende deze tijd drukt het jong zich tegen de grond, verscholen in hoog gras of tussen het struikgewas. Binnen de roedel vormen zich soms crèches van meerdere jongen, die vaak met elkaar spelen. |
|||||||