| Home | Reuzenmiereneter - Myrmecophaga tridactyla | Alfabetisch Register |
||||||||||
| Leefgebied | Voortplanting | |||||||||||
|
||||||||||||
Midden- en |
1 jong |
|||||||||||
| Leefomgeving | Draagtijd | |||||||||||
bossen, moerassavannas en langs rivieroevers |
178-190 dagen |
|||||||||||
| Voedsel | Leeftijd | |||||||||||
mieren en termieten |
25 jaar |
|||||||||||
| Lengte en gewicht | Bijzonderheden | |||||||||||
40 kg. |
ook bekend als |
|||||||||||
| Om hun scherpe klauwen niet door het lopen te laten slijten, lopen ze op hun polsen, met de scherpe klauwen naar binnen gevouwen. | De maag is nog voor een andere doeleind stevig ontworpen. Mieren en termieten scheiden namelijk mierenzuur af ter zelfbescherming. Bij het verteerproces komt ook dit goedje in de maag terecht. Een mierenetermaag is in staat dat zuur te neutraliseren. |
Per dag werkt een volwassen mereneter een dikke 40.00 mieren naar binnen. De mierenetersnuit is zo ontworpen dat ie bliksemsnel in een mieren of termietenhoop kan bewegen. De snuit is niet erg pelsbegroeid om de diertjes zo weinig mogelijk grip te geven om te ontsnappen.
|
Als miereneters gaan slapen doen Ze rollen zich helemaal op en dekken zichzelf |
|||||||||